U bent hier:

Newsletter 2014

 

 

  1. Editoriaal

  2. Cosmetica: red de parabenen

  3. Biociden, de industrie trekt de overheid aan de mouwen

  4. DETIC kiest voor 30°C, en u?

  5. EPD, toekomstige basis voor duurzaam bouwen

  6. In het kort

     

 

 

Edito

 

Zinvol actie ondernemen kan alleen met ondersteunende waarden

Als beroepsvereniging vormt DETIC de tussenschakel tussen de maatschappij (overheden, NGO's, consumenten) en één of meer industriële sectoren. De opdracht is duidelijk: de leden ondersteunen, begeleiden en adviseren bij het «verantwoord» op de markt brengen van hun producten, diensten en oplossingen.  DETIC beschikt over de nodige expertise inzake regelgeving en techniek alsook op het vlak van communicatie en duurzame ontwikkeling.  De vereniging treedt op als woordvoerder voor haar sectoren om hen een positief en duurzaam imago aan te meten en dat imago in stand te houden.  Dit alles is gebaseerd op de filosofie waarbij DETIC werkt aan de ontplooiing van zijn leden binnen het nieuwe maatschappelijke model van Duurzame ontwikkeling. 

 

Weinig concrete activiteiten, zo lijkt het.

En inderdaad, de communicatie tussen het bedrijfsleven en het verenigingsleven loopt niet altijd van een leien dakje. Abnormaal is dat niet. Het verenigingswerk is een vak met een specifieke aanpak en waarden die erg verschillen van die bij ondernemingen.  Het streven naar winst is een eerste opvallend verschil, maar zeker niet het enige. Solidariteit, inlevingsvermogen en het delen van kennis zijn de grondslagen van een vereniging, anders dan in het bedrijfsleven waar concurrentie, competitie en geheimhouding troef zijn.  DETIC is zich bewust dat die verschillen in manier van werken en in perceptie de oorzaak kunnen zijn van vele misverstanden. Daarom heeft de vereniging zich onlangs opnieuw gefocust op zijn oorspronkelijke toegevoegde waarde en geprobeerd deze in woorden te omschrijven. Een oefening die voor DETIC zeker de moeite waard was.

Dan is de vraag: wat komen bedrijven bij DETIC zoeken?  Informatie, begeleiding en sterke diensten, uiteraard.  Maar dat is niet alles.  Ook de kaderleden van ondernemingen komen bij ons aankloppen, zij het voor andere zaken: een luisterend oor, hulp, beschikbaarheid en advies op maat, dat extraatje dat ze minder snel terugvinden in het bedrijf.

Vanuit die vaststelling werden, na lang intern beraad, vier hoofdwaarden aangeduid.  De verenigingsspirit is de eerste pijler.  Spreekt vanzelf, hoor ik u zeggen.  Toch mag eens herhaald worden dat samenwerking, sharing en democratie het cement vormen van een vereniging.  Een andere pijler die ons uniek maakt is diversiteit.  DETIC vormt de koepel boven meerdere sectoren en bedrijven van klein tot groot. Dit vormt een pluspunt waar de leden en hun kaderleden rechtstreeks voordeel uit halen.  «Engagement en toegankelijkheid» staan centraal in alles wat wij doen: we «dienen» onze leden met enthousiasme en scherpzinnigheid.  Tot slot vormen «openheid en integriteit» de rode draad door al onze initiatieven.  DETIC wil een geloofwaardig gesprekspartner zijn in het maatschappelijk debat en daarbij luisteren naar zowel de stakeholders als de consument.

 

<top

 

 

 

Cosmetica, red de parabenen

 

Conserveermiddelen zijn natuurlijke of synthetische stoffen die een product beschermen tegen de ontwikkeling van micro-organismen: bijvoorbeeld bacteriën en schimmels.  Hun werking is van het allergrootste belang in cosmetica, waar de meeste producten een grote waterfase bevatten.  Want waterfases kunnen nesten worden waar deze bacteriën en schimmels razendsnel beginnen te woekeren, behalve als hun groei gestopt wordt door conserveermiddelen. Deze onmisbare stoffen krijgen echter de wind van voor: heel wat van die stoffen liggen op de rooster bij de Europese overheid en terwijl tegen sommigen een echte  lastercampagne gevoerd werd, werden nog anderen in verband gebracht met de toename van allergieën.  Onterecht en met een teleurstellend resultaat: van de zowat vijftig conserveermiddelen die toegelaten zijn door de Europese cosmeticaverordening, wordt slechts een klein en nog afnemend aantal stoffen effectief gebruikt. 

Deze toestand is niet goed voor de volksgezondheid!  Want net doordat men een beperkt aantal stoffen algemeen gebruikt, verhoogt het risico op allergische sensibilisatie. Allergie is een verschijnsel dat gekoppeld is aan de frequentie van het contact met een stof en met de concentratie van die stof.  Hoe minder ingrediënten er zijn waaruit de formuleerders kunnen kiezen, des te meer zullen de stoffen die wel beschikbaar zijn, gebruikt worden en stijgt op die manier het risico op allergieën.  Daarbij komt dat heel wat zogenaamde «alternatieven» voor parabenen in veel hogere concentraties gebruikt moeten worden om even doeltreffend te zijn. Daardoor verhoogt de kans op allergie nog meer. Om maar te zeggen naar welke impasse de cosmetica-industrie afstevent.

Anderzijds bestaat er wel degelijk een markt van producten «zonder conserveermiddelen».  In werkelijkheid gaat het echter heel vaak om een marketingstrategie die de consument een rad voor de ogen draait.   Ofwel gebruikt het product een mechanische oplossing om de inhoud tegen besmetting van buitenaf te beschermen, bijvoorbeeld door het gebruik van spuitbussen of verstuivers. Ofwel bevatten de producten bepaalde stoffen die secundair een beschermende werking hebben. 

 

In het laatste geval gebruikt men conserveermiddelen zonder ze bij naam te noemen. Niet erg ethisch. Binnen de niche van de producten «zonder conserveermiddelen» zit nog een ondersegment, dat van de «huisgemaakte» producten, dé nachtmerrie van het antigifcentrum.

Die producten worden door doe-het-zelvers vervaardigd onder onzekere hygiënische omstandigheden waar geen plaats is voor good manufacturing practices. Ook zijn het producten die maar kort houdbaar zijn en als er problemen optreden (bijvoorbeeld allergie) is er geen etiket om mogelijke oorzaken te onderzoeken.  Gelet op de groei van deze markt en de promotie ervan door enkele onbevreesde verenigingen, is het uitblijven van ernstige ongevallen echt een wonder. Maar hoe lang gaat dat nog duren?

Het verhaal van MIT (methylisothiazolinon) is bijzonder veelzeggend.  Het succes van deze molecule heeft veel te maken met een soort complot, in grote mate inspelend op onwetendheid, tegen parabenen.  MIT is een aantrekkelijk alternatief voor parabenen wat doetreffendheid betreft.  Klein probleem echter, MIT heeft een relatief hoger allergeen potentieel.  De stof wordt, samen met andere conserveermiddelen, gebruikt in het lucratieve segment van de «parabeenvrije» producten, maar wordt vandaag de dag opnieuw in vraag gesteld door de instanties van volksgezondheid, en zwaar in diskrediet gebracht door de tegenstanders van parabenen, die onlangs MIT nog toejuichten. Het risico dat ook MIT op zijn beurt verdwijnt, is groot. Deze vicieuze cirkel moet dringend doorbroken worden, gezien de producenten steeds minder speelruimte krijgen om hun producten tegen micro-organismen te beschermen.

En dat kan. Samen met steeds meer allergologen en dermatologen pleit DETIC voor chemodiversiteit.  Hoe groter de keuze aan moleculen, hoe verscheidener de formules zullen zijn en des te kleiner het allergisch potentieel van conserveermiddelen wordt.  Het gebruik van conserveermiddelen is sterk gereglementeerd door de Europese cosmeticaverordening en vindt plaats binnen wetenschappelijk beoordeelde toxicologische grenzen, waarop dan nog eens het befaamde «voorzorgsbeginsel» toegepast wordt.   Meer verscheidenheid wat toegelaten moleculen betreft zal het gebruik vermijden van natuurlijke of synthetische «alternatieve conserveermiddelen», die kwaliteit noch veiligheid kunnen waarborgen.  Dus waarom geen campagne om de parabenen terug op hun voetstuk te plaatsen?  Volgens sommigen zijn parabenen de beste conserveermiddelen. Ze zijn alvast de meest bestudeerde. Uiteindelijk zou het niet meer dan terecht zijn, en in het voordeel van de consument.

 <top

 

 

 

Biociden: de industrie trekt de overheid aan de mouwen 

 

Voor de meeste consumenten een insectenbestrijdingsmiddel of een middel voor persoonlijke hygiëne, voor de NGOs een overbodig kwaad en voor de producent een inkomen en een metershoge berg aan wetgeving en goedkeuringsprocedures. Die laatste is overigens de enige en ultieme voorwaarde om het doel van alle biocideproducenten te bereiken: een veilige en cleane markt.

De Belgische wetgeving voor biociden is een van de oudste in zijn soort, al sinds 1975 is de Belgische producent of importeur verplicht hier conform mee te zijn. Kus van de juf en bank vooruit, want als eersten van de klas hebben België, Italië en Finland het goede voorbeeld gegeven. Binnenkort (2024) treedt in Europa namelijk de nieuwe verordening, die zich nu in de overgangsperiode bevindt, helemaal in werking. Een welgekomen, geharmoniseerde maar zware omkadering die hoge standaarden hanteert voor de gezondheid en het milieu en die de producenten zo hard nodig hebben om hun geloofwaardigheid een kans te geven.

dialoog defOm die geloofwaardigheid te realiseren hebben de producenten ook nood aan een betrouwbare, oprechte en visionaire partner. Enter DETIC. DETIC is een bron van informatie en begeleiding en legt zich als doelstelling op om zichzelf en anderen naar een hoger niveau te tillen. DETIC wil in de eerste plaats een baken zijn voor haar leden, maar ze vergeet ook zeker het totaalplaatje niet. Dat doet ze door het DETIC Institute, het pasgeboren knowledge sharing center dat zich richt naar alle spelers op de markt en in oktober 2013 een eerste poging ondernomen heeft om de geloofwaardigheid van de biocidemarkt te versterken. De infosessie 'Biociden, de regelgeving begrijpen en er voordeel uit halen', was een succes.

Maar de implementatie van de wet en de conformiteit van de industrie met die wet verliezen al snel hun waarde wanneer deze niet gevaloriseerd worden. Een laatste voorwaarde voor een clean market maakt de cirkel rond: een controle op de industrie. Aan deze voorwaarde kan enkel voldaan worden wanneer de overheid het heft in handen neemt en een inspectiecampagne op poten zet. DETIC roept de overheid dus op om de Belgische markt verder te ontsmetten en transparanter te maken.

Want eens dat gedaan is, kan de markt zich concentreren op zaken die bij de belangrijkste toekomstuitdagingen horen voor de industrie: zich inzetten voor een productie en een gebruik dat gebaseerd is op duurzaamheid. In dat verband heeft  de FOD Volksgezondheid in samenwerking met DETIC, OIVO, Phytofar en Comeos een online informatiefiche gepubliceerd: www.leeshetetiket.be. Je vindt er informatie over hoe het juiste gebruik van een product kan bijdragen aan de veiligheid van de gebruiker, diens portefeuille en het milieu. Een heel bescheiden en niet zichtbaar initiatief dat aan een herlancering toe is. De AISE, onze Europese bondgenoot heeft daarnaast een gids uitgebracht over duurzaam gebruik van desinfecterende middelen voor professionele gebruikers. Een goed begin maar nog zeker niet het einde van de lange weg die de biocide industrie op gebied van duurzaamheid nog zal afleggen, zowel op gebied van productie als consumptie.

Niet alleen trekt DETIC aan de mouwen bij de overheid, ze rolt ook haar eigen mouwen op. DETIC heeft voor begin 2015 een vervolg op de infosessie van oktober 2013 ingepland en hoopt op de steun van de overheid. Wordt vervolgd!

 

<top

 

 

 

 

DETIC kiest voor 30°C, en u?

 

"Zich inzetten voor een duurzame ontwikkeling betekent ook rekening houden met kleine, alledaagse dingen. Ik was op 30°! Resultaat: mijn kleren zijn kraaknet, ik verbruik minder elektriciteit en help het milieu." aldus Sarah Doms, Nederlandstalig woordvoerster van DETIC op de website http://www.iprefer30.eu/be

Pierre Vandeputte, managing director van de firma Savonneries Vandeputte schaart zich achter die boodschap: "Moderne wasmiddelen geven kraaknette resultaten. Wassen op 30° moet een automatische reflex worden voor iedereen. Enkel met verenigde krachten maken we het verschil.

De toon is gezet, weg met de vastgeroeste ideeën

DETIC heeft zich geëngageerd om wassen op lage temperatuur in 2014 te promoten volgens een beredeneerd protocol. De boodschap is simpel maar veelzeggend: kies voor een wastemperatuur van 30°C. De aanpak is weloverwogen gebaseerd op een wasgids die de consument de weg wijst naar de oplossing die het dichtst aansluit bij zijn persoonlijke context, met zowel oog voor het goede resultaat als de milieu-impact. Download de wasgids

Maar waarom beter wassen op 30°C? 

Linnen wassen op lage temperatuur levert in de meeste gevallen prima resultaten op. Zowel wasmiddelen als wasmachines zijn vandaag de dag zo efficiënt geworden dat ze een schone was opleveren op 30°C, op voorwaarde dat de voorwaarden om op die temperatuur te wassen, nageleefd worden.  Dus wat kan een consument tegenhouden?  Het voordeel voor het milieu is groot en ook de energiefactuur van de consument vaart er wel bij.  Bovendien blijft de kleding langer nieuw.

Concreet nu, want enkele cijfers zeggen veel meer dan een lang betoog. Elke seconde worden in Europa 130 wasmachines ingeschakeld, goed voor 98 miljoen wasbeurten per jaar. België neemt daarbij ongeveer 3 miljoen wasbeurten per dag voor zijn rekening, tegen een gemiddelde temperatuur van 41°C.  Bijna 68 % van de wasbeurten gebeuren op 40°C of meer, 17 % zelfs op meer dan 60°C.  Dankzij de moderne wasmiddelen zouden de meeste wasbeurten die nu op 40°C (of meer) gewassen worden, even goed op 30°C kunnen gebeuren.  De wasresultaten zijn even goed en de winst voor het milieu is onmiddellijk: wassen op 60°C verbruikt 1,3kWh, op 40°C ongeveer 0,7kWh. Op 30°C daalt het verbruik tot 0,4kWh.  De campagne « I prefer 30° » wordt gerealiseerd in 5 Europese landen (België, Frankrijk, Italië, Groot-Brittannië  en Denemarken) en mikt op een verlaging van de gemiddelde wastemperatuur met 3°C.  Wanneer dat doel gehaald wordt, dan zal ongeveer 1300 GWH aan stroom bespaard worden, goed voor het stroomverbruik van meer dan 180.000 mensen wat gelijk staat aan het jaarlijkse verbruik van een stad als Luik of twee keer dat van Leuven!

Vele beetjes maken een groot.

De « I prefer 30° »-campagne is nooit eerder gezien omdat zij een concept voorstelt met verschillende partners. «Partnership» is bij deze campagne echt het sleutelwoord.  « I prefer 30° » richt zich immers tot handelaars, fabrikanten van elektrische huishoudapparatuur, modefabrikanten en -winkels, overheden, het verenigingsleven en alle mogelijke geïnteresseerde bedrijven.  Het is dan ook meer dan een campagne: het is een dynamiek die wil met alle partners wil samenwerken om van dit project een succes te maken.  DETIC kan rekenen op de medewerking van Procter & Gamble, Henkel, Unilever, McBride, Savonneries Vandeputte en ook van de FOD Leefmilieu en COMEOS.  « I prefer 30° » geniet ook de steun van de Amfep, Beko, AEG-Electrolux, Class, Dupont en Novozyme. DETIC organiseert communicatieacties met de dynamische steun van het communicatiebureau WOW Communication en het PR-bureau Cats communication. Alle activiteiten kan u volgen via de website http://www.iprefer30.eu/be en onze Facebook-pagina: https://www.facebook.com/iprefer30belgie?fref=ts.

Ondanks de enthousiaste instap van COMEOS is de campagne nog niet echt doorgedrongen bij de grootdistributie in België.   Dat is wel het geval in Frankrijk, het buurland waar dezelfde ondernemingen actief zijn. Hoe dan ook, iedereen die wil, kan nog steeds mee in het initiatief stappen! 

DETIC is trouwens nog altijd op zoek naar ambassadeurs. Bent u actief op het vlak van mode, distributie, sport, bent u een opinion leader, bedrijfsleider, een wetenschappelijke autoriteit, actief inzake milieubescherming, strijdt u tegen de klimaatverandering of wilt u «I prefer 30°» gewoon steunen? Neem dan gerust contact op met DETIC en ga kijken op http://www.iprefer30.eu/be .

 

<top

 

 

 

EPD, toekomstige basis voor duurzaam bouwen

 

Het deel van de chemiesector dat aan de bouwsector levert, ondervindt van alle kanten discriminatie rond de oorsprong van de producten die zij op de markt brengen. 

  • Basisdogma: « alle natuurlijke materialen of materialen van natuurlijke oorsprong zijn verzoenbaar met duurzame ontwikkeling ».
  • Verwant dogma: « alle materialen afkomstig van chemische synthese of die een chemische bewerking ondergaan hebben, verdienen geen plaats in het zogenaamde duurzaam bouwen».

Dialectiek: «bouwen met natuurlijke producten, dat is duurzaam bouwen».  

Voor de industrie, die zowel synthetische producten als producten van natuurlijke oorsprong op de markt brengt, houdt deze redenering geen steek en hypothekeert het een markt waarin « greenwashing » welig tiert. DETIC en haar zusterverenigingen steunen een systeem dat de compatibiliteit met duurzame ontwikkeling meet op basis van de «prestaties» van materialen van een als duurzaam bestempeld gebouw tijdens diens ganse levenscyclus. Het gaat dus om het meten van de prestaties van materialen. Op basis van die meting worden de materialen gebruikt die het meest geschikt en efficiënt zijn voor het optrekken of renoveren van een gebouw. Alleen op deze manier zijn het resultaat en de manier van werken verzoenbaar met het concept van duurzaam bouwen. 

Een complexe visie is het zeker, maar het is allerminst een simplificatie van de realiteit, die in de bovenstaande dialectiek beschreven staat

Een belangrijk wapen in de strijd tegen discriminatie van materialen is de EPD (Environmental Product Declaration) of milieuproductverklaring. Deze milieuproductverklaring is een schriftelijke verklaring met gekwantificeerde informatie over een bepaalde set van milieu-impactindicatoren en bijkomende informatie gebaseerd op een LCA-analyse.  Het gaat om een soort van milieulabeling dat dient om de milieu-impact van een product te situeren, die enerzijds rekening houdt met de productprestaties binnen het systeem en anderzijds met de befaamde LCA-benadering, die in de meeste milieukwantificeringsystemen ontbreekt. België heeft een regelgeving ingevoerd die de minimale eisen inzake milieuboodschappen voor bouwproducten vastlegt en die meteen ook de noodzaak toont van de opstart van een database voor milieuproductverklaringen.  Alle milieu-impactindicatoren van geregistreerde milieuproductverklaringen zijn ook nog eens publiek raadpleegbaar. Alvast een stap vooruit! 

Het initiatief schept een kader voor de producenten die milieulabeling op hun bouwproducten willen aanbrengen. Dit vrijwillig systeem geeft de bedrijven de mogelijkheid zich duidelijk te profileren in de context van duurzaam bouwen.  Alle gegevens zijn feitelijk en laten een beoordeling van de beschikbare producten toe, zonder de uit de lucht gegrepen vooroordelen.  De EDP vormt een belangrijk wapen in de strijd tegen de discriminatie van materialen op basis van hun oorsprong en dat is de reden waarom DETIC verheugd is met dit project.  Uiteraard is de EPD niet voldoende om een omvattend duurzaamheidsevaluatiesysteem van een gebouw op te baseren (deze moet nog uitgewerkt worden), maar het vormt een eerste stap in de goede richting en kan de aanzet vormen tot een echte verandering op de «groene» markten.  Een aanpak in het voordeel van duurzaam bouwen die meer steek houdt en een uitbreiding op Europees vlak verdient. 

De bouwsector is niet de enige die probeert objectieve (en complexe) criteria vast te leggen om de milieu-impact van producten te beoordelen.  De « PEF »-projecten (Product Environmental Footprint), een initiatief van de Europese Unie, zijn in volle uitvoering. De detergentenindustrie bijvoorbeeld heeft zich volop op een project gestort, dat focust op wasmiddelen voor kledij, een productgamma dat heel veel en in grote hoeveelheden gebruikt wordt.  Vier jaar zal nodig zijn om PCRs (product category rules) uit te werken, te testen en te vertalen naar een communicatiesysteem op maat van de consument.  Ook hier is de al bij al complexe aanpak in feite een louter milieugebaseerde aanpak, die de economische en maatschappelijke pijlers van duurzame ontwikkeling links laat liggen, maar het geeft een concrete aanzet tot «objectivering» van evaluatie- en vergelijkingscriteria.  De cosmeticasector op zijn beurt is geheel vrijwillig met een gelijklopend project gestart voor shampoos.  De verschillende sectoren zijn bijzonder begaan zijn met het zoeken naar objectieve en afdoende criteria om de milieu-impact van producten te beoordelen.  Het is belangrijk komaf te maken met vastgeroeste ideeën en de «greenwashers» de pas af te snijden die de wind in de zeilen hebben nu bepaalde categorieën consumenten meer met het milieu begaan zijn.

 

 <top

 

 

 

In het kort

 

DETIC lanceert I prefer 30°

Met de steun van het communicatiebureau WOW Communication staat het hele team in de startblokken.   De campagne is gestart in april en loopt tot oktober 2014.  De acties van de I prefer 30°-campagne worden ook op de Facebook-pagina gepubliceerd en op de website www.iprefer30.eu.  Volg alles op via de nieuwslijst op www.iprefer30.eu/be!

 

Sluit vandaag nog aan bij DetNet

De tool DetNet (Detergents Industry Net-work for CLP Classification) is beschikbaar ! Dit unieke en innovatieve systeem biedt de detergentensector de mogelijkheid gegevens (meer dan 180 referentieformules) en ook expertise te delen om detergenten op een correcte manier CLP-conform te etiketteren. Klik hier voor meer informatie.

 

De detergentenindustrie herziet haar set gebruiksadviezen 

Naar aanleiding van een wijziging in het ontwerp van één van de pictogrammen, heeft de A.I.S.E. zijn set « safe use icons » herzien.  Werk uw eigen set bij of raadpleeg de nieuwe set op http://www.aise.eu/library/artwork/safe-use-icons---update-2014.aspx

 

DETIC Institute

Het DETIC Institute stelt voor 2014 een rijk gevuld programma voor;  'Biologische producten', 'Een detergent op de Belgische markt brengen, hoe moet dat?',  'Aerosols: regelgeving, innovatie en duurzaamheid',  'Duurzame palmolie. Rondetafel over biodiversiteit'.  Thema's genoeg voor wie wil bijleren. 

 

Platform Duurzaam bouwen

DETIC, Federplast, IVP, essenscia Vlaanderen en essenscia Wallonie starten een gemeenschappelijk platform duurzaam bouwen. Opzet: uitwerken van een gemeenschappelijk actieprogramma om de principes van duurzaam bouwen te promoten en om zo doelgericht mogelijk naar de stakeholders en de consument te communiceren.

 

In de agenda

 

Infosessie DETIC Institute over bio economie

Op 20 mei organiseert DETIC Institute een infosessie over de biogebaseerde economie. Innovatieve projecten, casestudies van bedrijven en verschillende soorten bioproductlabels maken onder meer onderwerp uit van deze infosessie. Uitnodiging volgt binnenkort.

 

Cosmetics Europe

Op 12 en 13 juni organiseert Cosmetics Europe haar General Assembly 2014: "Consumers at the Heart". Schrijf je in voor het open forum via deze link . Op 10 en 11 juni organiseert Cosmetics Europe ook een conferentie: Cosmetics at the Crossroads of Science and Regulation.  

 

FEICA European Adhesive and Sealant Conference and EXPO

FEICA houdt van 17 tot 19 september 2014 haar European Adhesive and Sealant Conference. Klik hier voor alle updates over programma en inschrijvingen

<top

  

Verantwoordelijke uitgever: Frédérick Warzée - fwarzee@detic.be